In gesprek met trainer Peter Hyballa


	

De Duitse oefenmeester blikt terug op zijn eerst twee maanden bij NAC, de door het COVID-19-virus gevelde competitie en kijkt al met een schuin oog naar volgend seizoen.

Voordat Hyballa begon als trainer bij NAC heeft hij veel videobeelden bekeken van het team, dat heeft hem veel inzichten gegeven in wat voor groep het is. “Voordat ik bij NAC begon had ik ze nog niet live in actie gezien, mede omdat ik nog trainer was bij DAC 1904 in Slowakije. Nadat ik werd benaderd om trainer te worden ben ik veel beelden gaan bekijken. Wat voor team is NAC eigenlijk? Het viel mij toen op dat er een jonge, maar ook gretige ploeg op het veld staat waar heel veel talent in zit. Zelf heb ik met mensen gesproken over de club en die vertelden mij allemaal positieve verhalen. Ik weet waar Peter Hyballa bij past, dat is een volksclub met prachtige supporters en een jong team dat vooruit wil, dat viel bij NAC echt op zijn plek.”

De eerste paar weken bij een nieuwe club is voor iedereen wennen, zo ook voor Hyballa. “Ik heb in het begin gelijk mijn stempel op het spel willen drukken. Dat was niet alleen tactisch, maar de spelers moesten van mij ook fitter worden. Je ziet dat ze nu 1 á 2 kilometer meer lopen per wedstrijd. De offensieve ideeën, het vechten voor elke meter en de discipline in de groep is echt fantastisch. Ik vind dat we een hele goede samenwerking hebben tussen spelers en staf, dat moet ik echt zeggen, er zit geen rotte appel bij. Ook al ben ik een dominante trainer, ik wil dat iedereen er voor werkt. Als je dat niet doet heb je een groot probleem met mij, dat wil niemand.”

Trainer zijn in Nederland of trainer zijn in Duitsland, daar zitten een aantal kleine verschillen in, zo vindt ook de oefenmeester van NAC. Het opvallende is dat in Nederland de spelers nog meer vragen en meer willen discussiëren over het spelletje. Dat is het imago van Nederland. In Duitsland is het meer: Als de trainer iets zegt dan doen we dat als spelersgroep. De trainingsstijl is ook wel iets anders, in Duitsland wordt er intensiever getraind dan in Nederland. Daar hadden de spelers in het begin wat moeite mee. Na een tijdje snappen ze waarom ik zo train en dan accepteren ze het en gaan ze er volledig voor, dat vind ik echt mooi.”

In deze ploeg zit heel veel spirit, vindt de oefenmeester. “Na de nederlaag tegen Feyenoord waren we heel realistisch. Feyenoord in die vorm konden we niet verslaan, maar de nederlaag was natuurlijk veel te groot. Daar waren ook de spelers het mee eens. Ik denk dat we daar uiteindelijk ook scherper van zijn geworden. De wedstrijd daarop tegen Roda JC zie je hoe deze selectie in elkaar zit. Als je valt moet je weer opstaan en niet blijven liggen, dat lieten ze toen zien.”

In deze voor iedereen vreemde periode heeft de trainer dagelijks contact met de selectie, staf en directie. “Ik ben geen expert in dit geval, ik kan niet veel over het COVID-19-virus zeggen. Ik luister naar de politici en de mensen die er echt verstand van hebben. Als de experts zeggen, het is beter dat er niet gevoetbald wordt dan moeten we dat accepteren. We hebben vaak videocalls met elkaar. Ik praat nu heel veel met de fitnesstrainer, wat moeten we doen zodat de spelers thuis fit blijven, dat is heel belangrijk. De spelers krijgen allemaal ‘huiswerk’ voor iedere dag, wat ze moeten doen om fit te blijven? Ze krijgen elke dag een pittig programma. Ik denk dat ze nu makkelijk een halve marathon kunnen lopen, haha! Wij controleren ook wat de spelers doen, ze hebben een App gekregen waar ze de resultaten in kunnen zetten. Niemand is lui, iedereen is gedisciplineerd, maar dat komt ook omdat het allemaal sporters zijn. Zij kunnen niet hele dagen binnen blijven en zijn gewend om iedere dag te sporten. Met de teammanager heb ik ook veel contact over wat we moeten doen met de spelers die niet in Nederland verblijven. Nu de spelers tot eind april niet op de club kunnen komen en niet op het veld kunnen staan. Ik vind het wel belangrijk om ze op de hoogte te houden van de ideeën die ik heb, deze bespreek ik met mijn spelers. Voor nu is het belangrijkste dat het COVID-19-virus weer onder controle komt.”

Nu het nog niet zeker is of het seizoen wordt uitgespeeld kijkt de oefenmeester wel al vooruit naar het volgend seizoen. “Een trainer is altijd bezig met het vooruit kijken naar het aankomende seizoen. Nu zeker, omdat het nog onduidelijk is of het seizoen uitgespeeld gaat worden. Met de directie zijn we al vooruit aan het kijken wat de mogelijkheden zijn. We weten natuurlijk niet wat er met onze eigen spelers gaat gebeuren, daar moet je altijd goed op ingespeeld zijn. Er zijn twee scenario’s. Of we spelen in juni de competitie uit, of het seizoen wordt afgelast. Eén ding is zeker, wanneer de overheid ons weer toestemming geeft om te trainen gaan wij gelijk weer aan de slag. Als het trainingscomplex weer open gaat weet ik zeker dat iedereen weer blij is om op het veld te staan. Of ik dan 6 of 10 weken in voorbereiding op het nieuwe seizoen ben vind ik dat niet erg. In principe zitten we nu nog in competitie dus het belangrijkste nu, is dit seizoen. Het team van nu is dan ook het allerbelangrijkste en ik moet zeggen: Dat zijn geweldige jongens!’’

De wedstrijd die bij Hyballa nog goed op het netvlies staat en waar hij heel trots op is, is de uitwedstrijd in de kwart finale van de TOTO KNVB beker tegen AZ. “De wedstrijd tegen zo’n ploeg die meedoet om het kampioenschap in Nederland was echt geweldig. We wonnen daar niet door geluk, maar op eigen kracht. AZ was wel meer aan de bal, maar wij hebben echt goed het spel gespeeld wat ik destijds wilde zien. En niet te vergeten de supporters die om 18:30 uur in Alkmaar waren om de ploeg aan te moedigen. Zoiets vergeet je niet, en dan kom je daarna terug in Breda en dan staan daar zoveel supporters bij het Rat Verlegh stadion, dat is echt prachtig. Toen had ik echt het gevoel: Oké Peter, je hebt de goede keuze gemaakt om trainer van NAC te worden.”

Nieuwsbrief Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en mis geen updates!